___________________________________________________________

Een verandering in mijn directe blogomgeving deed mij besluiten dat dit besluit eindelijk eens besloten moest gaan worden. Al vanaf september vorig jaar twijfel ik over het niet-anonieme loggen wat ik al een tijdje doe. Ik schreef er al eens een stukkie over, beet eens wat nageltjes af van de ik-wil-niet-geGoogled-worden-stress, jeremieerde flink in mijn naaste leefomgeving, maar deed verder niets.

Vanaf vandaag is dat veranderd.
Vanaf vandaag laat ik Vrije Slag achter me als een erg mooie herinnering. Aan mijn eerste logjes. Eerste reacties, onbekende bekenden en vele andere plezierige dingen. Henderijn als zijnde ‘Henderijn van Vrije Slag’ gaat heen. In het kader van de Paasdagen zal ze ook ergens anders weer opstaan.
Wilt u weten waar?
Laat dan bij het plaatsen van een reactie een emailadres achter, dan mail ik u een link door.

Hopelijk tot wederziens, maar sowieso bedankt voor de interesse in mijn wederwaardigheden!

Vreemd.. heeuuul vreemd

Er gaat hier zometeen iets heel erg vreemds gebeuren. Er gaat namelijk een Henderijntje richting haar slaapplek. En kijkt u nu eens naar het tijdstip van schrijven, zo in dat onderste regeltje tekst. Bizar hè!
Wat bezielt zo’n jonge blaag om al rond de klok van acht aan slapen te denken? Geen eigen kinders die d’r de kop gek zeuren of graag een beetje aandacht willen. Geen huis wat verbouwd moet worden in de avonduurtjes. En toch zo moe als een, als een… hond? Nèh, geen hond. Zo moe als.. Ik heb ‘m!
En toch nog moeier dan een moeder!
Vandaag op het werk heb ik me prima vermaakt met de zorg voor de kiendjes. Kleine kiendjes en grote kiendjes, allemaal op het kinderdagverblijf op Goede Vrijdag. Goeie vrijdag! Ja, jij ook hè.
Moesten de papa’s en de mama’s dan toch werken blijkbaar. Gelukkig was het mooi weer en kon ik inspirende collega’s helpen met het uitgraven van een moestuintje in de plantenborder.
Hakken, spitten, graven, luier verschonen.
Kruien, zagen, harken, fles geven.
En dat in een tempo.. pfff.. ik hield mezelf niet eens bij. Terwijl ik nogal wat gewend ben van mezelf. Vandaag werd me zelfs gevraagd, door mijn leidinggevende notabene, of ik mijn Ritalin wel had genomen. Wegens een zichtbaar tekort aan tijd door het moestuingebeuren, het poetsen van de verschoonruimte en een opmerking over te veel kuikentjes eten met Pasen of zo. Weet het al niet meer.
Ik vond het een goeie tip, die Ritalin. Schijn je onwijs van af te vallen, hele volksstammen moeders slikken die medicatie in plaats van de kinders voor wie het bestemd is. Zij retestrak in hun vel, kinders retestrak tegen het plafond.
Maar ik dwaal af, het tijdstip van slapen gaan wordt steeds later en de moeheid trekt al iets bij. Om to the point te komen, ik ga dus zo slapen.
Want morgen heb ik een erg druk dagprogramma. Wat (helaas) al rond de klok van zes uur ‘s ochtends begint. Ik ga dus slapen. (‘Reminder, reminder voor Henderijn, ik herhaal..’)
En wel nu!
Dat gehang achter dat beeldscherm is echt nergens goed voor.
Slaapt u allen ook als roosjes en tot wederziens maar weer.

Tip and Trick

Hello, was ik weer.
Ik heb een tip. Voor de eigenaars van een haarbal of meerdere haarballen op poten. (Dus hebt u géén wandelend tapijt, lees dan maar niet verder, dan heeft u er compleet niets aan. Niets!)
Ik heb namelijk een leuk zwart jurkje waar een verharende kat op had liggen snurken. Met geen mogelijkheid kreeg ik het witte bontje er netjes af. Totdat ik me vaag ergens in de zwarte krochten der geest meende te herinneren dat een raamtrekker het wonder zou doen voltrekken. Hoe ik dat wist..? Zeker te vaak achter internet vertoefd. Maar, dus, ik een raamtrekker gescoord.
En wat wil nu? Een raamtrekker doet de trick! Echt.
Na mijn jurkje heb ik de bank eens te grazen genomen, hele rollen vilt kwamen eraf. Terwijl hij ook netjes met de stofuiger wordt bijgehouden. Doet mijn Lief altijd. Of nee.. ik? Mmm.. één van ons houdt het bij in ieder geval. Het waren gewoon onzichtbare haren. En nu een stevig, grijs laagje vilt, wat reeds in de stofzuiger woont.
Toen had ik het zeemapparaat nog naast me liggen en kwam er een kat op schoot liggen. Heel veel ongewenste haren bij elkaar dus. Nu hebben we een kat met een kale bips.
Raamtrekker rulezzzz, ik zei het toch!
Fijn hè, om dit te weten!
Nou.

Collega van de dag

Vandaag was een dag als zovelen. Werk, een regenbuitje, luiers verschonen, broodjes schransen, vul verder maar in. Relaxed. Rustig. Doorsnee.
Nou ja, eigenlijk ook een beetje niet. Ik heb een collega. Echt. Een hele.
En die collega weet maar van geen ophouden. Op een gegeven moment had ik de tranen in mijn ogen, en dan nog niet stoppen hè! Een schande, dat is het! Eigenlijk was de dag dus niet zo doorsnee.
Meestal voel ik me niet zo als vandaag.
Meestal kom ik thuis, plof neer en wacht tot mijn eten geserveerd wordt. Wat vaak ook gebeurd, maar vanavond niet. Vanavond moet ik zelf koken. Gelukkig wel met een dikke grijns op mijn gelachrimpelde snoet.
Ik geloof dat ik het wel gezellig vond vandaag.

De kerk

Om al het gevloek en gescheld van De Ontdekking te compenseren, zat ik gisteren als vanouds weer in de kerkbanken. Gelukkig had dit een heel goede reden, mijn broer en zijn vrouw lieten hun tweede zoon dopen. Een bijzondere gebeurtenis, met een bijzondere betekenis voor hen. Daar ben ik graag bij.

Er was een hele bank (en een beetje) nodig om al mijn broers en zussen te herbergen, dat voelt altijd wel erg fijn. Weer met z’n allen op een rij, wetend dat je allemaal bij elkaar hoort en horen zal. Dat je opzij kijkt en je eigen neus in drievoud ziet. Je nooit je haar hoeft te ontkleuren om te zien hoe het er uit ziet zonder verf, want zus Eén en Vijf dragen dezelfde kleur in top. Jaloers naar de krullen van de broers kijken, maar ook weer schaamteloos trots op ze zijn. Een warm gevoel, hier liggen mijn roots. Nee, niet op de bank in de kerk, maar in de rij tussen mijn broers en zussen.

De bank in de kerk is de afgelopen jaren een ‘ver van mijn bed-show’ geworden. Op moment van vrije keuze, heb ik gekozen om me niet meer te vereenzelvigen met het geloof. Niet om me er van af te keren en eens lekker tegen aan te schoppen, maar om juist ruimte te vinden om te voelen wat ik wel geloof. En de afgelopen jaren hebben invulling gegeven aan die ruimte. Het zou een erg lang logje worden als ik uit zou leggen wat er nu voor drijfveer in mij huist, maar terugkerend naar de kerkbanken; daar ligt mijn toekomst niet. En om daar met respect mee om te gaan, om de mensen te respecteren die wel geloven in God, zat ik gisteren in de kerkbanken.

Gelukkig was ik niet de enige die het een lange zit vond. De zussen hadden er ook moeite mee. Mijn benen sliepen al na een dikke tien minuten, mijn rug protesteerde hevig tegen de rechte bank. Om over de edele zitkussens maar niet te spreken. Maar aan het einde van de dienst was ik nét klaar met vlechten.
Vandaag kan ik dus de decoratieve draadjes onderaan mijn shawl weer gaan ontwarren. Zestien vlechtjes. Met een knoopje er in.

Genaaid

Snotverdrie. Het beest heeft het voor elkaar. En hoe.
Mijn voorhoofd is inmiddels flink roodaangelopen door het aantal keer dat ik mezelf vanavond voor de kop heb geslagen. Hoe kunnen we zo dom zijn!? Het kittige, vriendelijk wilde kattenmeisje in ons gezelschap heeft het ‘m weer geflikt.
De slettebak.
En wanneer? Naar de groei van de buik te zien een week of vijf geleden. En ik zag zojuist ineens tepels uit het beestje steken die er eerder niet noemenswaardig uitstaken. Typisch gevalletje van broedhormonen. Hoe dat in hemelsnaam kan?
Ze is niet zichtbaar krols geweest.
Ze is netjes aan de kattenpil.
Owkee, die ging wel eens tweewekelijks in plaats van de gewenste wekelijks, maar krijgen deed ze hem. Ik riep al wel eens voor de lol dat ze nog wel eens een nestje mocht werpen. Voor de lol ja! Nu het hoogstwaarschijnlijk echt zo is, wil ik er niets mee te maken hebben. Ze gaat de schuur in! Met een voorraadje voer voor vier weken, water en een werpkist.
Natuurlijk zal ik goed voor dr zorgen. Maar pffffff.. wij maken het schepsel maakt het ons wel moeilijk.

Dus bij deze gelijk een oproep. Wie, o wie wil er over een week of twaalf (vier á vijf weken vóór werpen, acht weken ná werpen) een lief, klein, schattig, gezellig, vertroetelbaar, vruchtbaar minikatje? Of twee.

En waagt u het eens om te lachen of een ‘zie-je-wel’ in de reactiebox te plaatsen. Dan rollen er koppen.

Vestje

Img_7624

Img_7626

Img_7627

Een vestje. Van zachte witte wol. De wol zat bij de erfenis die ik ontving. Een pakket van negen bollen. Wat doe je dan? Dan begin je te haken, zomaar. Op internet zoek je wat voorbeelden van vestjes en truitjes en in al je vrije minuutjes tussendoor haak je erop los. In de bus naar het werk. In de trein op weg naar familie. In de teamkamer tijdens de pauze. ‘Hé daar heb je HaakMiep ook weer!’
Maar het loont de moeite.
Nu dit manneke er nog in, dan is het plaatje compleet.

Stapelhuis

In ons stapelhuis is het één en al gezelligheid. Dat begint al wanneer ik aan kom rijden op mijn fietsje en de verschillende ramen spot. Natuurlijk oogt ons raam het meest gezellig. Niet zozeer door mijn aangenaam stylische decoratie, meer door de verscheidenheid van katten die de vensterbank opsieren.
De buurman boven ons heeft een strak rolgordijntje met een vaas en een glimp van een eettafellamp.
De buurman onder ons een potdicht zilvergrijs luxaflexje met groen en blauwe potjes.
Erg divers allemaal.

Net als de verschillende ochtendrituelen. Bij ons is het simpel. Moet je werken, dan zet je de wekker, speert uit bed, maakt een miljoen keuzes en gaat naar je werk. Ben je vrij of begin je later op de dag, dan slaap je tot de zon je toet gaat beschijnen, klungelt eens rond en gaat dan naar je werk of verder met klungelen.
Onderhand ben ik er achter dat onze buren ook eenzelfde ritme hebben, waar ik me af en toe eens over verbaas. Zo hebben we ons al regelmatig af liggen vragen wat de bovenbuurman en zijn vriendin uitspookten als ze samen in bed lagen. ‘s Ochtends, maar ook ‘s avonds. Als Lief en ik dan naast elkaar nog wat breiden of een tijdschrift lazen, dan was het boven ons hoofd verdacht stil.
Heel stil. Zo stil dat we mekaar eens aanstoten, grinniken en suggesties opperden. Over het niet-bezig zijn met dingen. En hoe je dat kunt verantwoorden als net samenwonend stel. Vreemd, je zou denken.. toch? En als er dan een lade van de kast opengetrokken werd, of we stemmen hoorden mompelen, waren we stil. Als muisjes. Om maar een glimp van het moment surpreme op te vangen.
Maar niets, helemaal niets.

De buurman onder ons heeft de gewoonte om op doordeweekse ochtenden om exact zeven uur de vloer van zijn douche aan te trekkeren. Hoe ik dat weet? Omdat ik dat hoor. En het geluid ken van een trekker over onze eigen douchevloer om al het water naar het putje te transporteren. Een nette, punctuele man dus.
Onze eigen Francien van beneden linksvoor staat stipt 8.20 uur naast haar fiets te trappelen om naar kantoor te gaan. Dat haar bovenbuurvrouw ook bij dezelfde baas werkt en ze samen op kunnen fietsen, vergeet ze met gemak. Die twee vertrekken vlak na elkaar. Ik zie ze vaak in gedachten al gaan, Francien en Stella in ganzenpas.

Van Francien hoorde ik laatst ook waarom onze nieuwe bovenburen zo stil waren tijdens beduren. Het erg jonge stel was na de verhuizing en een week of twee samenwonen weer uit elkaar. Jammer, nu is onze schik in bed er ook vanaf. In plaats van gespannen luisteren naar de bovenburen, gaan we nu maar gelijk slapen.
Tsja, je moet wat.

Links of rechts

Kent u dat ook?
Dat je wakker wordt en je benen naast het bed zet om te toiletteren en een boterham te smeren. En jezelf dan een half uur later terugvindt achter de computer. Zonder toilet- of keukenbezoek.
Dat je daarna appelig richtig douche loopt om je haren te wassen, onderweg een spiegel tegenkomt die doet besluiten de haren vandaag eens niet te wassen, je daarna verdwaast om je heen kijkt want je hebt zojuist een flink kwartier van je tijd bespaart. Wat hiermee te doen?
Aankleden dan maar. Grijze broek, shirt en vestje leg je vast klaar op het bed. Nee.. geen broek vandaag denk je ineens. Wollen jurk op het bed, matching t-shirt erbij, legging, klaar. Mwha.. geen zin in een legging. Rokje en stevige maillot. Met shirt en vestje? Ik geloof dat ik eindigde met een ander rokje, vest en laarzen dan bedacht.
En dan het eeuwige volgende dillemma. De make-up is al op de toet gesmeerd en een klodder pluisbedwinger in de aan een knipbeurt toe zijnde haardos. (Binnenkort gaat er sowieso de helft in lengte vanaf. Denk ik. Klaar ben ik er mee.)
Welk vervoer nemen we? De fiets om daarna op de bus te stappen die op de route naar het werk ligt. Óf de stadsbus nemen en overstappen op de bus die de route naar het werk aflegt. Het scheelt tien minuten in het voordeel van de fiets. Fietsen is gezond, het is lekker weer. Maar ik heb een rokje aan, dat fietst onpraktisch. En vanavond word ik waarschijnlijk opgehaald door Lief met de auto, staat m’n fiets weer bij de bushalte.
De bus dus.
And off we go.

Ik word soms zó moe van mezelf! En dit is nog maar een uur van mijn dag. Een uur wat zich elke dag sowieso herhaalt. De rest nog daargelaten. Keuzes maken is niet mijn sterkste punt. Op het ochtendritueel gebied niet, laat staan op het gebied van werk, relatie of toekomst. Urenlange discussies malen dan door mijn hoofd. Alle voors en tegens worden tig keer bekeken, beargumenteerd, weerlegd of verworpen. Daarom stem ik ook nooit.
Ik kan gewoon niet zo goed kiezen.